Inspiratie “We kunnen het verdriet niet wegnemen, maar er wel een stukje hardheid uit halen.”

“We kunnen het verdriet niet wegnemen, maar er wel een stukje hardheid uit halen.”

Getuigenis Van Kuyk





Getuigenis, in gesprek met Van Kuky I Sereni

Bij uitvaartcentrum Van Kuyk, sinds twee jaar deel van de Sereni-familie, noemen ze zichzelf graag ‘begrafenisondernemers met een hoekje af’. Geen zwarte kleding, geen lijkbiddersgezichten, wel collega’s die hun werk graag doen en voor elkaar door het vuur gaan. De families primeren altijd. Van Kuyk in Merksem staat al drie generaties ten dienste van rouwende families. Met als handelsmerk een innovatieve maar warme en menselijke aanpak, en met als troeven eigentijdse uitvaartaula’s, groetkamers en koffieruimte. Schuiven aan voor het gesprek: uitvaartconsulent Maarten De Langhe, uitvaartplanner Kelly Van Tongerloo en administratief medewerkster Kimberley Napier. Eerst en vooral willen we weten hoe zij destijds in dit– niet-evidente – vak zijn gerold. “Ik ben afgestudeerd als accountant”, begint Maarten, “maar daarnaast ben ik al sinds mijn achttiende vrijwilliger bij de brandweer. Op een bepaald moment begon een collega als begrafenisondernemer en sprong ik af en toe bij. Ik besefte dat ik daar meer voldoening uithaalde dan van achter een bureau boekhoudingen van bedrijven op orde te brengen. Bijgevolg heb ik heel bewust de overstap gemaakt.

Groetklaar maken
Een aantal jaar geleden zag ik het overleden lichaam van mijn
eigenste moeke, bij wie ik net tevoren nog aan het sterfbed
had gezeten”, vult Kelly aan. “Maar omdat haar tanden na
het overlijden waren verwijderd, herkende ik haar niet meer.
Dat akelige beeld is me altijd bijgebleven. Ik ben aan mijn
opleiding begrafenisondernemer begonnen en heb me
gespecialiseerd in de post mortem zorgen. Ik wilde dit zelf
beter doen, en het absolute verschil maken voor mijn families.
Lichamen ophalen, wassen aankleden, verzorgen en uiteindelijk
groetklaar maken. Ik doe het allemaal even graag. Alleen miste ik
bij mijn job bij Amarant het contact met de familie. Je gaat het
lichaam weliswaar ophalen bij de mensen thuis, maar na het
verzorgen geef je het ook weer af. Ik wilde kunnen meewerken
aan de volledige afscheidscyclus. En op een bepaald moment
belde Maarten mij met de vraag of ik niet voor hen
wilde komen werken.”


“Omdat wij klant waren van Amarant, hadden al gemerkt dat Kelly
een harde werker was”, motiveert Maarten de keuze.
“Een 9-to-5-mentaliteit was niet aan haar besteed:
als ze ’s nachts of in het weekend een lichaam
moest ophalen, dan deed ze dat met dezelfde zorg
en inzet als overdag in de week. Niet evident als je
weet dat voor haar werk niet zelden drie of vier
keer per nacht uit haar bed moest. Wij krijgen
weliswaar het eerste telefoontje, maar na het
contacteren van Amarant konden wij gewoon
weer slapen, terwijl voor Kelly het werk dan pas begon.
En ze deed dat telkens met de grootst mogelijke
inzet en flexibiliteit. We wisten dus dat we met
Kelly een werkpaard in huis haalden, geen sierplantje
(lacht).”

Geen copy-paste
Administratief medewerkster Kimberley werkte dan
weer enige tijd in een mortuarium. “Maar eerder om
brood op de plank te brengen”, lacht ze.
“Ik had een grafische opleiding achter de rug,
alleen was werk vinden niet evident.
Dus nam ik die job aan. Omdat het werk mij beviel,
ben ik via via bij Van Kuyk terechtgekomen.
Zij waren specifiek op zoek naar iemand
met grafische skills om hun funeraire drukwerk
een eigentijdse, maar vooral persoonlijke toets
te geven. Ze wilden af van de klassieke rouwbrief
waarbij mensen iets moesten kiezen dat al
voorgedrukt was en geen ruimte bood voor
een eigen invulling. Van Kuyk wilde het verschil maken
met drukwerk dat tot in de puntjes in orde was en
niet overkwam als copy-paste. Dat klonk me als
muziek in de oren.”


“Nabestaanden moeten zien dat er werk is gemaakt
van dat drukwerk”, vult Maarten aan. “Dat het
weerspiegelt wie de overledene was. We willen
dat mensen zeggen: dit is écht een kaart die
bij ons mama past of bij mijn broer past.
Natuurlijk zou het voor ons gemakkelijker zijn als
wij gewoon een brief uit een doos namen en
te drukken, maar daar passen wij voor.
Weliswaar zijn er standaarden – de brief moet nu
eenmaal in een rouwomslag passen – maar voor
de rest vertrekken wij van het witte blad en
ontwerpen wij een unieke brief, gebaseerd op
gesprekken met de nabestaanden. Kimberley is echt
een kei in het omzetten van herinneringen en
persoonlijkheidskenmerken in drukwerk dat
de overledene ‘vat’. Klassiek, modern, speels, ernstig,
tot zelfs out-of-the-box: alles kan. Niet
altijd per se onze smaak, maar die is ook niet van tel:
de familie primeert. We horen achteraf vaak ook van
mensen hoe fijn ze die aanpak vinden.”

Wijn of pralines
Wat geeft hen dan de allergrootste voldoening,
willen we weten. “Het vertrouwen dat je krijgt
van de mensen”, antwoordt Kelly meteen.
“Uiteindelijk neem je de verantwoordelijkheid
over iemand die hen heel dierbaar is geweest.
Het helpt in dat opzicht enorm dat we bij
Van Kuyk elk onze sterktes hebben en elkaar
heel goed aanvullen: iedereen heeft andere
kwaliteiten, maar uiteindelijk doen
we wel hetzelfde werk. Zoals gezegd is
Kimberley heel sterk in creatief grafisch design.
Ikzelf verzorg dan weer heel graag lichamen, wat
Maarten dan weer een mindere taak vindt.
Door samen te werken, kunnen we ervoor zorgen
dat families minder triestig worden dan dat ze eigenlijk
al zijn. Dat ze met een goed gevoel aan ons terugdenken.
Het gebeurt dan ook vaak dat we een dankbare
mail krijgen, of dat iemand enkele weken na de begrafenis
langskomt met een fles wijn of pralines. Onlangs
kreeg iedereen van het kantoor zelfs een kleine,
gepersonaliseerde portefeuilles. Kleine attenties die
niet per se moéten, maar die laten zien dat mensen ons
werk geapprecieerd hebben in wat tenslotte een heel
triestige week in hun leven was. En dat waarderen wij enorm.”


Sinds twee jaar maakt Van Kuyk deel uit van de Sereni-familie,
en vooral de brede ondersteuning blijkt een meerwaarde.
“Je komt in een netwerk van knowhow en administratieve hulp
terecht”, aldus Maarten. “Doordat Sereni alles van
personeelszaken en sociaal secretariaat overneemt,
kunnen wij ons focussen op de kern: rouwende families.
Bijkomend voordeel is dat in de Noordrand van Antwerpen
verschillende Sereni- vestigingen zijn. Als wij bijvoorbeeld een
heel drukke periode hebben en handen tekortkomen,
dan schieten de collega’s van pakweg Brasschaat,
Brecht of Schoten wel eens te hulp. Of omgekeerd.
Je kan het nu eenmaal niet maken om bij een familie met
zorgnood op je horloge te kijken omdat je al aan de volgende
uitvaart denkt. Dat netwerk is op die momenten dus
heel dankbaar. Sereni geeft ons bovendien de nodige
vrijheid om onze uitvaarten zelf in te vullen:
zo is het volkse Merksem niet hetzelfde als het wat sjiekere
Brasschaat, dus moet je dat soms wat anders aanpakken.
En die ruimte krijgen we.”

Serieus hoekje af
Die vrijheid vertaalt zich ook in de sfeer van het kantoor.
“We zijn allemaal harde werkers”, benadrukt
Maarten, “maar wel met een serieus hoekje af:
iedereen heeft hier een bijnaam en we gooien
hier af en toe wel eens iets naar elkaar, maar
zonder slechte bedoelingen (lacht). Maar we
hangen echt aan elkaar en springen voor
elkaar in de bres als het nodig is.
Ik zie Kelly en Kimberley dan ook niet als
collega’s, maar familie: we weten wat
we aan elkaar hebben. Op vrijdagavond
gaan we al eens samen iets drinken,
of in het weekend organiseren we een feestje
of barbecue. Zo leren we elkaar nog beter
aan te voelen, zodat we op kantoor nog
een beetje meer het verschil kunnen maken.”


“Er is ook een hoekje af, omdat we hier passen voor de
sfeer van het klassieke begrafenisondernemerskantoor”,
vult Kelly aan, “waar iedereen in het zwart gekleed rondloopt
en waar een doodse sfeer hangt. Tijdens uitvaarten kiezen
wij bewust voor kostuums in een tint lichter blauw dan
klassiek, om ons te onderscheiden én wat kleur te brengen.
We willen ermee zeggen dat de dood weliswaar triestig is,
maar dat we vooral de goeie herinneringen moeten
vasthouden. Het verdriet is er, het is niet weg te denken en
wij kunnen het niet wegnemen. Maar we kunnen proberen
er toch een beetje de hardheid uit te halen en de families
het gevoel te geven dat we ze dragen. Nee, we kunnen
niemand terug tot leven brengen, maar we kunnen heel
goed luisteren naar de families en proberen om de
overleden persoon zo dicht mogelijk proberen te benaderen,
zowel in de lichaamsverzorging, ons drukwerk en de uitvaart.
Rouw is echt een griezelig beestje en mensen beginnen pas
écht te rouwen als de uitvaart voorbij is. Dus als wij ons
maximaal inzetten om dat verdriet milder te maken, dan
moeten we dat doen. Voor ons een kleine moeite,
voor die families een wereld van verschil.”

Touche.be Netwerk van Zorg & Kwaliteit